home > over ons > vermaning

Vermaning

 
 

Kerken
De oudste berichten (1534) maken melding van geheime huissamenkomsten. In 1629 is er sprake van "de plaets op 't Waltje (= Zwitserswaltje) waar Mennonieten leeren". Naar hun leidinggevende oudste Menno Simons (1496 - 1561) werden en worden de Doopsgezinden ook Mennonieten genoemd. Buiten Nederland is deze naam zelfs algemeen geworden.

Het gebouw op het Zwitserswaltje is er nog steeds. Het wordt tegenwoordig gebruikt als kaaspakhuis. Alleen de trap herinnert er aan dat hier bijna vier eeuwen geleden een vermaning stond. Een tweede kerkgebouw van de Doopsgezinden in Leeuwarden werd "bij de Waech" (=Waag) genoemd. Een bewaard gebleven afbeelding laat zien dat het hier om een eenvoudig "Vermaanhuis" ging, waar de wat strengere groepering van de Oude Vlamingen bijeen kwam. Hier staat nu het gebouw van V&D.

Het derde kerkgebouw van de Doopsgezinden in Leeuwarden is de huidige Vermaning aan de Wirdumerdijk. In 1631 werd op die plaats - ondanks het verbod van de overheid - een houten gebouw gesticht: een vaste "vermaanplaats", zoals de berichten vermelden. Er kwam in 1680 een stenen gebouw voor in de plaats. Een algehele verbouwing vond plaats in 1760, terwijl in 1850 de ruimte werd vergroot en vernieuwd. Restauraties en verbouwingen gingen tot in onze tijd door. Na de tijd van de vervolging en het martelaarschap volgde een tijd van gedoogde aanwezigheid. Pas na de Franse revolutie werden de Doopsgezinden gelijkberechtigde burgers.


Vermaning
Sinds oude tijden worden de kerkgebouwen bij de Doopsgezinden Vermaningen genoemd, maar eigenlijk heet een godsdienstoefening bij de Doopsgezinden vanouds een "vermaning". Veel aspecten komen hier samen: waarschuwing, aansporing tot "beteringhe" van het leven, troost, bemoediging, volharding.

In 1832 werd het huis vr het kerkgebouw aan de Wirdumerdijk gesloopt. Tot aan de Franse Revolutie moest een Doopsgezind kerkgebouw voldoen aan de eis van de overheid dat het niet als kerkgebouw van de openbare weg zichtbaar mocht zijn. Vandaar de schuilkerken der Doopsgezinden, zoals die op verschillende plaatsen in ons land nog zichtbaar zijn.


Ramen
In 1954 werden aan weerszijden van de preekstoel twee gebrandschilderde ramen geplaatst. Deze zijn vervaardigd door de beroemde glazenier Joep Nicolas. De voorstelling op het ene raam is de wonderbare visvangst (Lucas 5:5) en op het andere raam de voetwassing (Johannes 13). Beide ramen konden worden bekostigd door het Elizabeth Dirksz Fonds - een fonds dat in 1931 werd opgericht ter gelegenheid van het 300-jarig bestaan van het kerkgebouw aan de Wirdumerdijk. Doelstelling van genoemd fonds is het interieur van de kerk te verfraaien. Elizabeth Dirksz is de naam van een Doopsgezinde martelares, een jonge vrouw, die in 1549 te Leeuwarden gevangen werd gezet en later terechtgesteld.


Orgel
Orgel
In opdracht van n van de Doopsgezinde gemeenten in Amsterdam werd voor het kerkgebouw De Zon in 1786 een orgel gebouwd door de Amsterdamse orgelbouwer Johannes Strumphler. Karakteristiek voor het orgel is de plaatsing boven de kansel. De onderzijde van het orgel diende als klankbord voor de predikant op de kansel.

Toen de Doopsgezinde gemeenten, die kerkten in De Zon en Bij het Lam, besloten samen te gaan, werd de kerk De Zon gesloten. Het orgel en de kansel werden te koop aangeboden. De Doopsgezinde gemeente in Leeuwarden heeft van dit aanbod gebruik gemaakt. Op 13 november 1812 werden het orgel en de kansel gekocht voor de somma van f 5.676,-.

Het klassieke instrument dat de gemeente zodoende verwierf, werd in 1848 en 1858 ingrijpend gerestaureerd door de beroemde Leeuwarden orgelfirma Van Dam. De oorspronkelijke klassieke klank van het orgel maakte daarbij plaats voor het meer liefelijke geluid uit de Biedermeijertijd. Sinds de restauraties kan het orgel daarom als een typisch "Van Dam-orgel" worden beschouwd.

In 1942-1943 plaatste de firma Bakker en Timmenga uit Leeuwarden een vrij pedaal, terwijl in 1961 bij een grote restauratie de klank werd omgebogen naar een klankbeeld dat in de orgelbouw in die dagen actueel was en met de term neo-barok wordt aangeduid.

In 1982 ontdekte de orgeladviseur Jan Jongepier dat de windladen door uitdroging waren gescheurd en de lijmverbindingen loslieten. Daardoor ontstonden bijgeluiden en kon het orgel niet meer goed worden gestemd. Bovendien waren de houten pijpen aangetast door houtworm. Hij adviseerde het orgel terug te brengen naar de staat van het Van Damorgel uit 1858. In 1991 werd deze restauratie afgerond. In 1996/1997 volgde nogmaals een restauratie en kregen de orgelpijpen hun originele kleur terug.

Voor een Doopsgezinde kerk heeft het orgel een zeer flamboyante uitstraling met zijn musicerende engelenpartij erbovenop. Het orgel heeft de status van monument en is bekend om zijn rijke klankkleur. Talrijke beroemde organisten hebben het orgel bespeeld.

Meer informatie Facebook   ANBI-register Doopsgezinde Gemeente Leeuwarden
contact maandblad sitemap
routebeschrijving nieuwsbrief disclaimer
veelgestelde vragen inloggen colofon
2017 Doopsgezind.nl